Lerarentekort en hoge werkdruk ondermijnen het Nederlandse onderwijs

Door Harm Zonderland
15 februari 2019

Een enquête gehouden onder onderwijspersoneel legt de desastreuze arbeidsomstandigheden bloot op de Nederlandse basisscholen, voortgezet onderwijs, HBO en MBO en universiteiten.

Meer dan 10.000 respondenten, allen lid van onderwijsbond AOb, deelden hun ervaringen. Leerkrachten meldden dat ze doorwerkten tijdens ziekte, de ene na de andere tijdelijke kracht inwerkten, en dat ze leerlingen niet de individuele aandacht en begeleiding konden geven die ze nodig hebben. Het onderzoeksrapport bevat veel citaten van leraren over de situatie op hun scholen.

De belangrijkste conclusie van de enquête is dat de kwaliteit van het onderwijs onder druk staat vanwege een gebrek aan docenten, gezien 84 procent van de basisscholen een tekort aan invalleerkrachten melden, en 20 tot 29 procent van de vacatures onvervuld bleven in 2018.

Als gevolg werken veel docenten door terwijl ze ziek zijn. Een docent meldt: “Collega's lopen langer door terwijl ze eigenlijk thuis op de bank zouden moeten liggen. Ik liep recent door met een flinke slijmbeursontsteking in mijn schouder. Ik kon niet op het bord schrijven om iets uit te leggen. Ik ben pas thuis gebleven toen het echt niet meer kon.”

Dit is geen zonderling incident, 67 procent van de respondenten die op basisscholen werken melden dat ze geregeld doorwerken tijdens ziekte. Een andere leerkracht: “Meerdere collega’s ziek. Er is geen geld om zieke collega’s te vervangen. Alle uitval door ziekte, scholing, verlof etc, moet in het team opgelost worden waardoor personeel structureel overbelast wordt. Tevens voel je je bezwaard als je ziek bent of op scholing moet omdat een collega dan extra uren moet maken.”

Schooldirecties proberen “creatieve” oplossingen te vinden voor lerarenuitval. Leerlingen worden verdeeld en aan andere klassen toegewezen (82 procent op basisscholen). Een leerkracht meldt: “Eigenlijk komt het neer op zoet houden. Niet alleen de kinderen die verdeeld worden ondervinden hier veel last van, maar ook de leerlingen die de verdeelde leerlingen ontvangen,ondervinden hinder in hun leerproces.”

Gekwalificeerd onderwijspersoneel wordt vervangen door onbevoegde werkers, meldt 45 procent van de ondervraagden in het voortgezet onderwijs. 38 procent meldt dat in veel gevallen kinderen simpelweg in een beschikbaar lokaal gezet worden om huiswerk te maken. Een leraar meldt: “Niet bevoegde assistenten die moeten invallen voor bevoegde vakdocenten, leerlingen "ophokken" om maar wat huiswerk te maken in plaats van daadwerkelijk les.”

Het toenemende aantal openstaande vacatures en de moeilijkheden bij het vinden van invallers veroorzaken ook veel onrust onder de leerlingen, wat vervolgens zorgt voor onrust in de klaslokalen. Leerlingen zien drie tot vijf verschillende leerkrachten per week. Uit het rapport: “Kinderen worden erg onrustig omdat ze elke keer een andere juf voor de klas hebben. Er zijn geen extra mensen meer om zwakke leerlingen extra te helpen.

...Invalcollega's voelen geen noodzaak voor begeleiding waardoor onrust in hun klassen leerlingen tekort doet en deze onrust zich verspreidt naar andere lessen.”

Over het algemeen melden 64 procent van de basisscholen en 45 procent van het voortgezet onderwijs toenemende onrust in de klassen.

Dit alles verergert de situatie voor hen die nog lesgeven. Wanneer leerlingen van één klas verdeeld worden, worden andere klassen groter. Dit verhoogt niet alleen de werkdruk voor leraren, maar ook voor assistenten, bijlesdocenten en ander ondersteunend personeel.

Schoolleiders bellen de hele dag, op zoek naar invalleerkrachten via uitzendbureaus, die in veel gevallen onbevoegd, of zelf nog student zijn.

Uit het rapport: “Het inwerken van deze groep collega's kost de ervaren collega's veel tijd. Bovendien werken veel van die mensen niet lang bij ons. Hierdoor begint het hele verhaal van inwerken weer opnieuw.”

De kwaliteit van het Nederlandse onderwijs gaat hard achteruit. Het Ministerie van Onderwijs suggereerde, als basisscholen 15 procent minder leerkrachten aannemen, waardoor groepsgroottes toenemen met drie leerlingen per klas, het probleem “opgelost” zou zijn. Maar in de enquête gaven docenten keer op keer aan dat grotere groepen een groot probleem zijn en veel extra werkdruk veroorzaken. De Nederlandse onderwijssector kent een van de hoogste aantallen werknemers die last hebben van burn-outs.

Na de wereldwijde financiële crisis van 2008, heeft de overheid enorme sommen publiek geld gestolen om banken te “redden” en voor het financieren van Nederlandse deelname aan door de VS geleide misdadige oorlogen in Afghanistan en het Midden-Oosten. Het onderwijsbudget is dramatisch gekort in het afgelopen decennium, veel docenten hebben sindsdien geen loonsverhoging gezien en de inflatie blijft toenemen. Om het nog erger te maken werden belastingen op basisbehoeften zoals voedsel en medicijnen met 50 procent verhoogd begin dit jaar.

Een complete generatie van jongen studenten lijdt onder de heersende elite’s drang naar winst. In veel gevallen (43 procent op basisscholen en 34 procent in voortgezet onderwijs) worden leerlingen simpelweg naar huis gestuurd omdat er geen docenten zijn. De volledige werkende klasse lijdt ook. Onbevoegd personeel staat meer en meer voor de klas zonder professionele begeleiding, met een lager loon dan daadwerkelijke leerkrachten. Het zal steeds moeilijker worden voor jonge docenten, op zoek naar hun eerste baan, om een fatsoenlijk loon te krijgen.

In 2018 vonden talloze lerarenstakingen plaats over de hele wereld. Elke keer waren de eisen hetzelfde: voor een hoger loon en lagere werkdruk, tegen de privatisering van het onderwijs. In de VS staakten docenten in Arizona, Oklahoma en West-Virginia niet alleen tegen de staat, maar ook tegen de wil van de vakbonden, die alles uit de kast haalden om de stakingen te beëindigen en waardeloze akkoorden op te leggen zonder wezenlijke verbeteringen.

Het nieuwe jaar is afgetrapt met groeiende protesten en stakingen in Frankrijk, België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Mexico en een grote lerarenstaking in Los Angeles, Californië. In Frankrijk hebben duizenden onderwijzers solidariteit geuit met hun klassebroeders en -zusters in de VS, door deel te nemen aan “Red Pen” protestgroepen op Facebook.

In 2018 slaagde PO in Aktie, een schijnbare “grassroots” organisatie, erin om grote aantallen Nederlandse leerkrachten te mobiliseren en protestmarsen en stakingen te organiseren, en dwong de overheid meer geld vrij te maken voor onderwijs. Maar het verhoogde budget, opgenomen in de mijloenennota voor 2018-19, repareert niets. Er zijn jaarlijks miljarden extra nodig om aan de eisen tegemoet te komen.

Maar het “grassroots” fineer wat PO in Aktie nog deels bedekt zou niemand voor de gek moeten houden en laten denken dat ze er voor de arbeiders zijn. Tijdens een protestmars vorig jaar in Den Haag, verspreidden WSWS-supporters een verklaring van de Europese redactie van de WSWS, die dit te zeggen had over PO in Aktie: “Ze hebben het mede-onderhandeld [CAO-akkoord begin 2018] en vierden het succes. Nadat het vuile werk gedaan was, hebben de leiders van PO in Actie, Thijs Roovers en Jan van de Ven, aangekondigd te stoppen per 1 oktober. Geen van hen vertegenwoordigt de belangen van de gewone onderwijzers, maar die van de vakbonden en de overheid. Roovers heeft nauwe banden met FNV en CNV en van de Ven is Statenlid voor regerende partij D66.”

Onderwijsbond AOb heeft een actieweek aangekondigd vanaf 11 maart, die moet leiden tot een nationale staking op 15 maart. CNV onthoudt zich van deelname, omdat het momenteel in onderhandeling is met de overheid. De gevestigde vakbonden organiseren geen protesten en stakingen voor de arbeiders die ze zeggen te vertegenwoordigen, maar voor hun comfortabele posities aan de onderhandelingstafel. Ze houden de arbeiders in bedwang met hun verraderlijke “beter dan niets” overeenkomsten, die eenvoudig teruggedraaid kunnen (en zullen) worden wanneer een nieuwe economische crisis zich aandient. Stakingen zijn om stoom af te blazen.

Overheden en vakbonden vertegenwoordigen niet de belangen van de meerderheid van de bevolking, de werkende klasse. De strijd voor banen, hogere lonen en betere arbeidsomstandigheden vereist een brede, onafhankelijke politieke mobilisatie van de werkende klasse, gebaseerd op een revolutionair socialistisch programma.